Main content

Inhoud

Waarom dierproeven altijd worden goedgekeurd

Uit de jaarverslagen van de Centrale Commissie Dierproeven blijkt dat 97% van alle dierproeven wordt goedgekeurd. Het gaat om 4.8 miljoen dieren die vanaf 2015 zijn ‘vergund’ voor dierproeven. Volgens Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, zorgt de Centrale Commissie Dierproeven voor een ‘transparante, zorgvuldige en gedegen beoordeling van dierproeven’. 1

Animal Rights campagneleider Robert Molenaar is het hier niet mee eens: “De aanvragen zijn door alle partijen voorgekookt en worden daarom vrijwel altijd goedgekeurd. De zogenaamde ethische afweging waarbij ook het belang van de proefdieren wordt meegenomen, vindt amper plaats.”

De zogenaamde ethische afweging waarbij ook het belang van de proefdieren wordt meegenomen, vindt amper plaats.

Robert Molenaar, Animal Rights

De cijfers

Eind 2014 werd Europese wetgeving geïmplementeerd waardoor een nationale Centrale Commissie Dierproeven de eindbevoegdheid kreeg om aanvragen voor experimenten te ‘wegen’. Voor 2014 was het aan de circa 20 lokale dierexperimentencommissies om dierproef-aanvragen te beoordelen. In de periode 2010 tot en met 2013 werden door de dierexperimentencommissies 15.878 aanvragen goedgekeurd en 23 afgekeurd, oftewel 99.9% van alle aanvragen werd goedgekeurd. 1 2 3 4

Sinds 2014 dienen dierproefnemers uitgebreidere aanvragen in die vijf jaar geldig zijn, waar binnen meerdere dierproeven kunnen plaatsvinden. Het aantal aanvragen ligt dan ook een stuk lager, maar per project gaat het om veel meer dieren. In de periode 2015 tot en met 2017 zijn 898 aanvragen goedgekeurd en 28 afgekeurd. Het percentage goedgekeurde aanvragen komt hiermee op 97%. 5 6 7

De werking

De dierproef-aanvragen worden eerst door de lokale dierexperimentencommissies en de Instantie voor Dierenwelzijn beoordeeld en bijgestuurd voordat deze bij de Centrale Commissie Dierproeven terechtkomen. Vervolgens beoordeelt de Centrale Commissie Dierproeven de dierproef-aanvraag en worden er mogelijk vragen gesteld aan de aanvrager. Deze kan de aanvraag aanpassen naar de wensen van de commissie wat vervolgens in vrijwel alle gevallen resulteert in goedkeuring.

De Centrale Commissie Dierproeven zegt hierover in het jaarverslag: “In 2017 heeft de commissie twee keer overleg gehad met voorzitters van de dierexperimentencommissies. Doel van dit reguliere overleg is om samen te werken zodat het proces van vergunningverlening nog beter gaat verlopen.” 1

Samenstelling van de Commissie

De Centrale Commissie Dierproeven bestaat uit vijf mensen waarvan twee directeur zijn van grote proefdiercentra in ons land en twee commissieleden die nauw betrokken zijn geweest bij dierproefstudies. 1 In het dierproeven-jaarverslag van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Zo Doende 2013, wordt voor het laatst melding gemaakt over de samenstelling van de lokale dierexperimentencommissies. Hieruit blijkt dat 40% betrokken is bij dierproeven en slechts 19% van de commissieleden verstand heeft van alternatieven. Ook de Instanties van Dierproeven bestaan uit leden die direct of indirect betrokken zijn geweest bij dierproeven. 2

“De samenstelling van deze commissies verklaart grotendeels waarom al die dierproeven worden goedgekeurd,” aldus Molenaar. “Het zijn collega’s die elkaars aanvragen moeten beoordelen. Dit leidt wel tot discussie maar zelden tot afkeuring. In al die commissies zitten amper mensen die echt opkomen voor de rechten van dieren.” Volgens de minister is echter “de onafhankelijke beoordeling gewaarborgd door de Centrale Commissie Dierproeven.”

Er zijn vanaf 2015 maar liefst 4.8 miljoen proefdieren vergund voor een periode van vijf jaar.

Robert Molenaar, Animal Rights

Ethische afweging

Volgens Carola Schouten “signaleert en beoordeelt de Centrale Commissie Dierproeven kansen op het gebied van de 3V’s (vervangen, verminderen en verfijnen) en maakt dilemma’s op het gebied van dierproeven duidelijk. Dit zorgt voor een betere bescherming van proefdieren die gebruikt worden in onderzoek en onderwijs.” 1

In vrijwel alle jaarverslagen en op de websites van de commissies, instanties en uitingen van betrokken leden wordt veelvuldig melding gemaakt van het verminderen, verfijnen en vervangen van dierproeven. De praktijk laat echter een heel ander beeld zien. Er zijn immers vanaf 2015 maar liefst 4.8 miljoen proefdieren vergund voor een periode van 5 jaar. 2 De Centrale Commissie Dierproeven gaf meerdere malen aan wel te worstelen met een aantal ethische dilemma's, maar koos er in al die gevallen voor om toestemming te verlenen.

Knelpunten

De Centrale Commissie Dierproeven worstelt met de volgende knelpunten:1

  • Dierproeven voor “Me-too”-medicijnen: Bestaande medicijnen worden steeds in een iets andere variant aangeboden.

  • Wettelijk verplichte dierproeven waarbij veel meer dieren aangevraagd zijn dan eigenlijk nodig is of waar alternatieven voor zijn.

  • Wettelijk verplichte dierproeven waarbij konijnen onnodig individueel worden opgesloten. Dierproeven voor stoffen die in Europa niet zijn toegestaan.

  • Dierproeven die gericht zijn op verdere optimalisatie en efficiëntieverbetering van de huidige veehouderijsystemen.

  • Ruime vergunningen voor commerciële proefdiercentra zoals Charles River die uit voorzorg veel meer dieren aanvragen dan wellicht nodig zijn.

  • Uit oogpunt van bescherming van intellectueel eigendom worden gegevens niet altijd gedeeld waardoor dierproeven dubbel kunnen plaatsvinden.

Bal bij de minister

De knelpunten van de Centrale Commissie Dierproeven worden teruggekoppeld bij de minister. De minister legt in de meeste gevallen de onderzoeksvraag neer bij het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid. Deze instantie bestaat weer grotendeels uit mensen die direct of indirect betrokken zijn bij dierproeven.1 Het comité organiseert werkgroepen en inspraakrondes met dierproefnemers en dierenbelangenorganisaties (waaronder Animal Rights).

De Raad voor Dierenaangelegenheden is door de minister gevraagd om een zienswijze op te stellen voor proefdierengebruik voor de intensieve veehouderij. De minister zal uiteindelijk een standpunt in moeten nemen over de geconstateerde knelpunten.

Bevoegdheid

Op de website van de Centrale Commissie Dierproeven staat dat de commissie “als enige in Nederland besluiten om vergunningen voor dierproeven kan verlenen. Als instelling krijg je alleen een projectvergunning om dierproeven uit te voeren als er echt geen andere onderzoeksmethoden beschikbaar is, om de doelstellingen van het project te behalen. Ook moet het nut en de noodzaak van het onderzoek voldoende opwegen tegen het ongerief voor het dier.” 1

Molenaar vindt het een vreemde gang van zaken: “De Centrale Commissie Dierproeven legt knelpunten neer bij de minister en gaat hiermee de eigen verantwoordelijkheid uit de weg wat zorgt voor veel dierenleed.”

Goedgekeurd

Animal Rights bracht in de afgelopen periode een aantal dierproeven onder de aandacht die zijn goedgekeurd door de Centrale Commissie Dierproeven. Animal Rights vindt dat het leed dat de dieren wordt aangedaan niet opweegt tegen het onderzoeksbelang.

Kamervragen

De Partij voor de Dieren stelde meerdere keren Kamervragen aan de minister over bovenstaande dierproeven en het hoge percentage goedgekeurde dierproeven. 1

Carola Schouten antwoordde hierop: “Door de gezamenlijke inspanningen van de Centrale Commissie Dierproeven, de lokale dierexperimentencommissies en de instanties voor dierenwelzijn alsook van de onderzoekers, is het proces van aanvraag- en projectomschrijving, inclusief de wetenschappelijke, maatschappelijke en ethische afweging, sterk verbeterd. Dat in 2017 een hoog percentage van de aanvragen is gehonoreerd, zie ik dan ook als indicatie voor de goede kwaliteit van de vergunningsaanvragen.” 2

Conclusie

Er is een verfijnd administratief systeem opgesteld waarbij dierproefnemers door verschillende interne en externe instanties geholpen worden om dierproeven goedgekeurd te krijgen. Eenmaal goedgekeurd mag de dierproefnemer maximaal vijf jaar gebruik maken van de opgegeven aantal dieren. Er is geen enkele inspraak van dierenbelangenorganisaties bij dierproef-aanvragen. Slechts bij het opstellen van een advies door het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid mogen dierenbelangenorganisaties meepraten (maar niet meebeslissen).

Molenaar: ‘Het systeem is zo opgesteld dat de dierproef weliswaar voor discussies zorgt en dat er aanpassingen worden doorgevoerd aan de proefopzet maar een echte ethische afweging waar ook het belang van de betrokken dieren wordt meegewogen blijft uit. De opzet is en blijft om de dierproef-aanvraag goedgekeurd te krijgen.” Volgens Molenaar is de snelste manier om dierproeven flink terug te dringen door de samenstelling van de verantwoordelijke instanties te veranderen.