Main content

Inhoud

CHINCHILLA'S

Voor bontliefhebbers is een mantel van chinchillabont het summum van luxe en status. In een lange mantel van chinchillabont worden wel 200 dieren verwerkt. 1 De prijs voor een dergelijke jas is ontzettend hoog, waarbij de zwaarste tol wordt betaald door de chinchilla’s zelf. Hun ellendige leven speelt zich af in krappe draadgazen kooitjes, goed verborgen voor het oog van de buitenwereld. De dieren worden gefokt in muffe loodsen, garages, kelders, schuurtjes, achterkamertjes, of waar de op geld beluste fokkers ook maar plaats vinden om chinchillakooien op te stapelen.

Het leven in de chinchillafokkerij 1

De productie van chinchillabont begint bij de ouderdieren die gebruikt worden ‘voor de fok’. De ouderdieren worden gehuisvest in ‘polygame groepskooien’, ook wel 'breeding units' genoemd. Dit soort 'units' zijn samengesteld uit meerdere draadgazen kooien die met elkaar verbonden zijn via een tunnel. De doorgang van de kooitjes naar de tunnel bestaat uit een rond gat, net groot genoeg om een chinchilla door te laten. In elk afzonderlijk kooitje binnen de 'unit' wordt een vrouwtjesdier gestopt. De vrouwtjes kunnen hun kooitje niet uit: ze hebben een brede halsband om die hen verhindert om door het gat de verbindingstunnel in te gaan. Een mannetje wordt in de tunnel geplaatst om de vrouwtjes te bevruchten. Het mannetje heeft geen halsband, hij kan zich vrij verplaatsen in en uit de verschillende vrouwtjeskooien van de 'breeding unit'. Via de tunnel staat het mannetje in verbinding met 4 tot 10 vrouwtjeskooien.

Een ‘vrouwtjeskooi’ is zo'n 40 tot 60 cm breed, 35-50 cm diep en 35-40 cm hoog. Wanneer een vrouwtje zwanger is, wordt de opening tussen haar kooi en de verbindingstunnel geblokkeerd, zodat het mannetje er niet meer bij kan. Een zwanger vrouwtje bevalt na een draagtijd van 111 dagen van 1 tot 4 jongen (een gemiddelde worp = 2,2 jongen). Zolang de jongen bij de moeder drinken blijft de opening van het kooitje afgesloten.

Moeders met jongen beschikken niet over een ‘nestbox’ in hun kooi. De jongen komen ter wereld op de draadgazen kooibodem. In het beste geval is er een stukje bodembedekking in de kooi aangebracht met wat strooisel. De enige mogelijkheid voor de jongen om warmte en beschutting te vinden, is zo diep mogelijk wegkruipen in de pels van hun moeder.

De jongen worden van hun moeder gescheiden als ze zes à acht weken oud zijn. Vrouwelijke dieren zijn geslachtsrijp met zeven maanden en kunnen dan eventueel ingezet worden als nieuw fokdier. De overige dieren worden gedood voor hun pels als ze tussen 8 en 12 maanden oud zijn, het doden gebeurt door elektrocutie. 1

Ernstige welzijnsproblemen 2

Chinchilla’s zijn knaagdieren die van nature voorkomen in het Andesgebergte (Zuid-Amerika). Het meest opvallende aan deze dieren zijn hun grote oren en ogen, en, helaas, hun prachtige dikke pels, zacht als zijde. Het zijn heel sociale en vriendelijke dieren. In het wild leven ze samen in grote kolonies. In fokkerijomstandigheden voelen ze zich absoluut niet prettig, wat ernstige gevolgen heeft voor hun welzijn en gezondheid.

Chinchilla's zijn van nature nachtdieren. In de fokkerijen wordt geen rekening gehouden met hun normale biologische ritme omdat de fokker hen overdag inspecteert en ‘verzorgt’.

Het leven in een krappe fokkerijkooi beperkt chinchilla’s sterk in hun bewegingsvrijheid. Chinchilla’s vertonen van nature veel springgedrag. Springen behoort tot hun natuurlijke bewegingspatroon. De dieren hebben bovendien de reflex om op te springen telkens als ze door iets in de omgeving gestoord of opgeschrikt worden. Door de lage kooihoogte lopen chinchilla’s verwondingen op aan de kop wanneer ze springen.

Het onnatuurlijke leven in de fokkerijen heeft ernstige gevolgen voor de mentale gezondheid van de dieren. Ze ontwikkelen gedragsstoornissen zoals pelsbijten en vertonen stereotiepe gedragingen zoals eindeloos dezelfde bewegingen uitvoeren, of rusteloos bewegen in de kooi – voor zover de krappe ruimte dat toelaat. Veel chinchilla’s vertonen angstig en/of agressief gedrag, zowel naar soortgenoten als naar de fokker die hen 'verzorgt'.

Bij vrouwelijke fokdieren komen baarmoederontstekingen voor, en ook ontstekingen aan de melkklieren. Verminderde melkproductie is het gevolg, waardoor de jongen niet meer voldoende kunnen worden gevoed. Het komt ook voor dat moederdieren hun eigen jongen doodbijten.

De uitval onder de jongen in de fokkerijen ligt zeer hoog: binnen de zes maanden na de geboorte sterft 25% (één op vier!) van de dieren. Als doodsoorzaken worden onder meer genoemd: longontsteking, ondervoeding, diverse infecties. Maar de grootste doodsoorzaak van sterfte bij chinchilla’s zijn maag- en darmproblemen. Over uitval bij dieren ouder dan zes maanden zijn geen cijfers gekend.

Productie telt, dierenlevens niet

Over het aantal chinchilla-fokkerijen en over het aantal chinchilla's die gebruikt worden voor de productie van bont bestaan geen cijfergegevens. De enige beschikbare cijfers over de chinchilla-industrie zijn productiecijfers afkomstig van de bontsector zelf… Deze cijfers slaan op het aantal pelzen dat jaarlijks in de handel wordt gebracht. Er worden geen cijfers gepubliceerd over het aantal moederdieren dat gebruikt werd voor de fok, of over de jongen die vroegtijdig gestorven zijn in de fokkerijen.

Volgens IFF (International Fur Federation ) is ‘een zesde van de wereldproductie van chinchillabont’ afkomstig uit Brazilië, en ‘de rest van de chinchillabontproductie’ is 'voor het merendeel' afkomstig uit Europa. Concretere cijfergegevens over de wereldproductie van chinchillabont zijn niet te vinden. 1

Cijfers van EFBA, de Europese belangenvereniging van de bontfokkers, geven op jaarbasis een Europese productie aan van ruim 206.000 chinchillapelzen (cijfers 2015). 2 De meeste chinchillapelzen zijn afkomstig uit Polen, waar de jaarproductie 80.000 pelzen bedraagt. Een andere belangrijke chinchillabont-leverancier is Denemarken, met ruim 35.000 pelzen. In Servië, Litouwen en Hongarije worden op jaarbasis rond de 20.000 chinchillapelzen geproduceerd.

Ook volgens EFBA worden er in Nederland of België geen chinchillapelzen geproduceerd. In Nederland is het fokken van chinchilla’s voor de productie van bont trouwens verboden sinds 2008. In Wallonië is het fokken van chinchilla’s en ook andere pelsdieren voor de productie van bont verboden sinds 2015. In Vlaanderen is de pelsdierenfokkerij (alle pelsdiersoorten) wel nog toegestaan, maar er zijn geen erkende chinchillabontfokkerijen actief.

De chinchilla-business: een schimmige sector

De chinchilla-industrie is een schimmige en moeilijk te doorgronden sector. Het grote gebrek aan informatie en transparantie verhindert om duidelijk zicht te krijgen op de sector.

Chinchillafokkerijen mikken vaak op twee markten, ze fokken chinchilla’s zowel voor de bontindustrie als voor de handel in ‘huisdieren’. Naast erkende professionele chinchillafokkerijen, worden ook chinchilla’s gekweekt door kleine particulieren. Onder het mom van ‘hobbykwekerij’ kunnen ze een aardig centje bijverdienen in de chinchilla-industrie. Professionele chinchillafokkerijen zoals bijvoorbeeld ‘Raba’ (Polen) 1 en ‘Redomar SRL - Chinchilla business’ (Roemenië) 2 bieden particulieren contracten aan om chinchilla’s te fokken voor de bonthandel. De professionele bedrijven leveren de kleine amateurfokkers een paar moederdieren, fokkerijkooien en ander benodigd materiaal, bieden ‘ondersteuning’ bij het doden en villen van de dieren, en kopen vervolgens de pelzen weer over.

De amateurfokkerijtjes worden opgezet in gesloten schuren, kelders, garages, of simpelweg in een speciaal ingericht kamertje in huis, waardoor ze onzichtbaar blijven voor de buitenwereld. Zo kunnen ‘hobbykwekers’ in alle anonimiteit een verborgen handeltje drijven in chinchillabont.

Schokkende beelden uit de chinchilla-industrie

Omwille van het sterk gesloten karakter van de chinchillasector is het voor dierenrechtenorganisaties uiterst moeilijk om onderzoek te doen naar chinchillafokkerijen. Beeldmateriaal uit undercoveronderzoek is zeldzaam. In de Verenigde Staten is PETA erin geslaagd om de gewetenloze praktijken van een chinchillafokkerij bloot te leggen. 3

Naar de buitenwereld deden de fokkers zich voor als ‘huisdierenkwekers’, achter de schermen werden ook chinchilla’s gefokt en gedood voor de bontindustrie. Op de beelden is te zien hoe chinchilla’s in erbarmelijke omstandigheden gehouden werden in krappe kooien. Zieke dieren kregen geen diergeneeskundige zorg. De fokkers modderden zelf maar wat aan. Onder ‘verdoving’ van ‘zes druppels brandy’ werden met een kniptang poten geamputeerd. Dieren die niet ‘bruikbaar’ waren voor de huisdierenhandel, werden afgemaakt voor hun pels. Ze stierven een pijnlijke dood door elektrocutie, of werden afgemaakt door het breken van de nek. De campagne van PETA heeft gelukkig geleid tot sluiting van de fokkerij. Vele chinchilla's konden gered worden en overgebracht naar een veilige opvangplek.

Weg met bont!

Het blijkt maar weer eens hoe schimmig de bontindustrie in elkaar zit, en hoe overheid of wetgeving er op geen enkele manier in slaagt om chinchilla’s en andere pelsdieren ook maar de minimale bescherming te bieden. Bovendien wordt bont door de meerderheid van de mensen al lang beschouwd als een compleet overbodig luxe-product. Het fokken en doden van dieren voor hun pels moet dringend verboden worden. Wil je er zelf toe bijdragen dat de bontindustrie zo snel mogelijk gestopt wordt, maak dan een duidelijk statement tegen bont door geen bontproducten te kopen of te dragen. Deel onze informatie zoveel je kan, opdat het dierenleed in de bontindustrie bij iedereen bekend raakt.