Op 1 december 2022 heeft Animal Rights het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel verzocht om handhavend op te treden tegen het doodslaan van een haas door een jager die daarvoor een drijfstok als slagwapen gebruikt. Op een video die door een getuige is gedeeld met Animal Rights is te zien hoe een jager, optredend als ‘drijver’ van een groep jagers, in een jachtveld in de gemeente Hof van Twente een aangeschoten haas herhaaldelijk met een zogenoemde ‘drijfstok’ slaat of probeert te slaan. Het voorval vond plaats op woensdag 9 november 2022 om omstreeks 15:31.
Lees ook:
Overijssel besloot op 30 januari 2023 om niet handhavend op te treden omdat de “onervaren drijver” op reguliere zij het “niet op de meest adequate wijze” handelde. Animal Rights was het niet eens met het besluit en heeft toen bezwaar gemaakt.
Op 4 juli 2023 heeft Overijssel het bezwaarschrift ongegrond verklaard. De provincie stelde zich op het (nieuwe) standpunt dat het doodslaan van de haas niet plaatsvond in het kader van de jacht en dat de drijfstok geen jachtmiddel was. Vervolgens concludeerde de provincie dat het doodslaan van de haas alleen diende te te worden beoordeeld in het licht van de algemene zorgplicht en dat in casu niet in strijd daarmee was gehandeld. Er had volgens Overijssel geen overtreding plaatsgevonden.
Animal Rights heeft vervolgens beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Dit beroep is door de rechtbank op 18 november 2024 ongegrond verklaard. Animal Rights is het daar niet mee eens.
De kern van de overtreding is dat de persoon in kwestie een drijfstok heeft gebruikt als slagwapen, terwijl voor het gebruik van een dergelijk middel een juridische grondslag ontbreekt. Artikel 3.21, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) noemt een limitatieve lijst van middelen die bij de uitoefening van de jacht zijn toegestaan. Het slagwapen, laat staan een drijfstok gebruikt als slagwapen, wordt daarin niet genoemd. Als gevolg van dit handelen heeft de haas onnodig geleden.
Overijssel stelde zich in het besluit op bezwaar op het standpunt dat de haas niet is gedood in het kader van de jacht, maar dat standpunt wordt door Animal Rights met kracht bestreden. De ‘jacht’ wordt in artikel 1.1 van de Wnb omschreven als het bemachtigen, opzettelijk doden of met het oog daarop opsporen van wild, alsmede het doen van pogingen daartoe, zodat er volgens Animal Rights geen twijfel kan bestaan dat ook het doodslaan van een even daarvoor aangeschoten haas onder het bereik van de jachtregelgeving valt.
De drijfstok waarmee de drijver heeft gepoogd de haas uit zijn lijden te verlossen is niet aangewezen als middel om wild te doden en dus is er sprake van een overtreding.
Maar zelfs wanneer dient te worden aangenomen dat het doodslaan van de haas met een drijfstok niet in het kader van de jacht heeft plaatsgevonden dient de provincie handhavend op te treden. Het is immers (artikel 3.10, eerste lid, sub a, van de Wnb) verboden om een in het wild levende haas te doden.
Van dit verbod kan door Overijssel in specifieke gevallen een ontheffing of vrijstelling worden verleend. In dat geval bepaalt artikel 3.25 dat ook tegelijk de middelen voor het vangen en doden moeten worden aangewezen. Animal Rights stelt vast dat het doden van een haas met een slagwapen in Overijssel niet is toegestaan op grond van een vrijstelling of ontheffing. Er is dus, hoe dan ook, geen wettelijke grondslag voor het gebruik van een drijfstok als slagwapen voor het doden van desbetreffende haas en daarmee staat de overtreding vast. Overijssel dient ook om deze reden handhavend op te treden.
Een laatste zelfstandige reden om handhavend op te treden, is dat de haas onnodig heeft geleden. De beelden laten zien dat de drijfstok geen geschikt middel was om de haas uit zijn lijden te verlossen. Na acht slagen spartelde de haas nog steeds uit doodsnood. Een welgemikte slag met een slagwapen doodt de haas direct. De provincie gaf dit in het primaire besluit ook voorzichtig toe door te schrijven dat het doden “niet op de meest adequate wijze” was gebeurd, hetgeen Animal Rights een understatement vindt. De haas heeft aldus onnodig geleden zodat ook in dat opzicht sprake is van een overtreding.
Animal Rights verzoekt de Raad van State om de eerdere uitspraak te vernietigen en Overijssel op te dragen een nieuw besluit te nemen.
De zitting vindt plaats op 12 juni 2026 om 10:00 in Den Haag.
Ook de Raad van State vindt het doodslaan van een haas met negen stokslagen prima
In de uitspraak van 15 juli 2026 1 buigt de Afdeling bestuursrechtspraak zich over de vraag of het doden van een aangeschoten haas onder het begrip ‘jacht’ valt. Dit is van belang omdat in de Wet natuurbescherming precies staat opgesomd met welke middelen je mag jagen. De drijfstok staat daar niet bij.
Net als de rechtbank Overijssel eerder, oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak nu dat het doden van aangeschoten wild niet valt onder ‘uitoefening van de jacht’. Er was geen sprake meer van ‘jacht’ op de haas, wat betekent dat de lijst met verboden middelen in de wet niet van toepassing is en dat de wet dus niet is overtreden.
De wet verplicht dat ‘een ieder die een in het wild levend dier doodt of vangt, voorkomt dat het dier onnodig lijdt’. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak ziet deze verplichting ook op het handelen van een drijver als hij direct na de jacht een aangeschoten dier aantreft en dit afmaakt. De wet regelt niet met welke middelen dat moet gebeuren en dus levert het gebruik van een drijfstok geen overtreding op van de wettelijke zorgplicht, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.
De Afdeling is laf genoeg om helemaal niets te zeggen over hoe het doodslaan van de haas is uitgevoerd; of 9 stokslagen ‘onnodig lijden’ voorkomen. Zo kennen we de Raad van State dan ook: kil, harteloos, gevoelloos; geen moreel kompas, maar enkel regeltjes interpreteren.
Deze uitspraak versterkt enkel Animal Rights overtuiging dat de jachthobby van deze sociopathische seriemoordenaars moet worden bestreden totdat deze is uitgeroeid.




















