Natuurvergunning: Verzoek om handhaving tegen illegaal eendenslachthuis Tomassen Duck-To

mrt 20, 2025 | Slacht

Op 12 februari vernietigde de rechtbank de natuurvergunning van eendenslachter Tomassen Duck-To. Sindsdien opereert het bedrijf illegaal. Op 8 maart vroegen Animal Rights en Mobilisation for the Environment de provincie Gelderland om handhavend op te treden tegen het bedrijf. Het slachthuis moet worden stilgelegd.

Lees ook: RAAKT EENDENSLACHTER TOMASSEN HAAR NATUURVERGUNNING KWIJT?

Vernietiging van de natuurvergunning

12 februari 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland het verzoek van Tomassen Duck-To om de zaken omtrent haar natuurvergunning aan te houden, afgewezen. De eendenslachter vroeg hierom, omdat na de recente rechtspraak over intern salderen (Rendac/Amercentrale) nieuw onderzoek nodig zou zijn om te beoordelen of intern salderen nog tot de mogelijkheden behoort.

De rechtbank wees het verzoek onmiddellijk na afloop van de zitting af, omdat “zij de voortgang van de procedure (redelijke termijn) moet bewaken en rekening moet houden met alle betrokken belangen, …”
“De rechtbank vindt het belang om de natuurvergunning niet te verliezen niet zwaar genoeg wegen om te prevaleren boven de andere belangen.”

De rechtbank oordeelt dat de beoordeling die aan deze natuurvergunning ten grondslag ligt alleen al vanwege de eisen die uit de Rendac-uitspraak volgen niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigde daarom de natuurvergunning.

Veluwe

Vanaf dat moment opereert het bedrijf illegaal. Door Tomassen worden activiteiten verricht die de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in nabijgelegen Natura 2000 gebieden kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Het gaat hierbij met name om de uitstoot van stikstof.
Tomassen exploiteert een eendenslachterij op een afstand van ongeveer 1,4 kilometer van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’, waar zich zeer stikstofgevoelige natuur bevindt welke natuurwaarden reeds worden belast met een stikstofdepositie die ruim boven de kritische depositie waarde ligt.
Stikstofdepositie wordt als groot knelpunt genoemd in de natuurdoelanalyse van de Veluwe. Uit onderzoek door de Ecologische Autoriteit blijkt dat zelfs nog een groter probleem te zijn dan waar de provincie in voornoemde natuurdoelanalyse van is uitgegaan.
De Veluwe is bovendien ook opgenomen op de zogenaamde ‘urgente lijst’, waarover de rechtbank Den Haag in de zaak van Greenpeace tegen de Nederlandse Staat als volgt oordeelde:
“De rechtbank concludeert dan ook dat – in ieder geval ten aanzien van de habitats op de Urgente Lijst – stikstofreductie een noodzakelijke voorwaarde is voor het tegengaan van verdere verslechtering en voor het herstellen van de reeds opgetreden verslechtering sinds de referentiedata.”
“Het nalaten aan een noodzakelijke voorwaarde voor herstel te voldoen is in strijd met het verslechteringsverbod”
.

Handhavingsverzoek

Voor deze activiteiten is een vergunning (artikel 5.1, eerste lid sub e van de Omgevingswet) vereist. Tomassen beschikt niet over een dergelijke vergunning, waardoor er sprake is van een illegale situatie.

Op 8 maart verzochten Animal Rights en Mobilisation for the Environment het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland dan ook om handhavend op te treden tegen deze overtreding.

Geschiedenis

Reeds in 2019 hebben Mobilisation for the Environment en Animal Rights een handhavingsverzoek bij het college ingediend wegens het handelen zonder benodigde natuurvergunning in het kader van de toenmalige Wet natuurbescherming.

Op 31 maart 2022 werd het beroep van Mobilisation for the Environment tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek door de rechtbank gegrond verklaard.

Na deze uitspraak is het college echter overgegaan tot definitieve vergunningverlening, ter legalisatie van de bedrijfsvoering door Tomassen.
Ook het beroep hiertegen (van MOB en Stichting Doeh) is gegrond verklaard op 12 februari jl. en de bestreden natuurvergunning derhalve vernietigd, overigens nadat ook door het college zelf al het voornemen was uitgesproken deze natuurvergunning weer in te trekken, omdat deze was verleend op basis van verkeerde gegevens.

Illegaliteit

Hiermee is dus wederom / nog steeds sprake van een illegale bedrijfsvoering met stikstofdepositie op daarvoor zeer gevoelige en overbelaste natuur als gevolg. Volgens Animal Rights en Mobilisation for the Environment is het van groot belang dat het college (eindelijk) daadkrachtig tegen het bedrijf optreedt, om daarmee ook te voorkomen om over nog eens 5 jaar niet wéér op hetzelfde punt te belanden. Dat is niet alleen belangrijk in het kader van de rechtszekerheid en het algemeen belang dat met handhaving wordt gediend, maar ook voor het betrokken natuurbelang.

Handhaving

Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken.

Slechts onder bijzondere omstandigheden mag hiervan worden afgeweken. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat, maar daarvan is hier geen sprake, of als handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

Daarvan is evenmin sprake. Sterker nog, na de recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 18 december 2024 over Rendac en de Amercentrale, als ook na de recente ‘Ontwerp weigering omgevingsvergunning en ontwerp weigering verklaring van geen bedenkingen’ van de gemeente Ermelo, achten de organisaties de kansen nagenoeg nihil dat de huidige bedrijfsvoering van Tomassen kan blijven voortbestaan.

Slotsom

Het bedrijf is in werking in strijd met de bepalingen van de Omgevingswet, want opereert zonder de benodigde omgevingsvergunning voor een ‘Natura 2000-activiteit’.

Gelet op de beginselplicht tot handhaving, alsmede de belangen van rechtszekerheid en het natuurbelang die met handhaving worden gediend, verzoeken Animal Rights en Mobilisation for the Environment het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland handhavend op te treden tegen deze overtreding en een einde te maken aan deze illegale situatie.

Update

Het handhavingsverzoek van Animal Rights en Mobilisation bij de provincie Gelderland met betrekking tot eendenslachter Tomassen Duck-To voor het in bedrijf hebben van een slachthuis zonder natuurvergunning dateert van 8 maart 2025. De overheid heeft de plicht om een handhavingsverzoek binnen een redelijke termijn te behandelen. Een redelijke termijn is in de regel 8 weken. De provincie heeft de termijn niet verlengd. Op 29 mei stelden de organisaties de provincie in gebreke vanwege het overschrijden van de wettelijke termijn voor het nemen van een besluit en verzoekt hen binnen twee weken na ontvangst van de brief alsnog een besluit te nemen.

Ook aan de ingebrekestelling is geen gehoor gegeven. Op 26 juni 2025 hebben Animal Rights en Mobilisation beroep ingesteld wegens niet tijdig beslissen. Dat houdt in dat de rechtbank Gelderland gevraagd is om in een uitspraak de provincie op te dragen om binnen 2 weken alsnog een besluit bekend te maken en te bepalen dat een dwangsom van 100 euro per dag wordt verbeurd, met een maximum van 15.000 euro, wanneer aan die opdracht niet tijdig gehoor wordt gegeven.

Op 27 augustus 2025 acht de Rechtbank Gelderland het beroep van Animal Rights en Mobilisation tegen het niet tijdig beslissen door de provincie Gelderland op het verzoek van 8 maart 2025 om handhavend op te treden tegen de eendenslachterij van het bedrijf Tomassen Diick-To B.V. in Ermelo voor het in bedrijf zijn zonder natuurvergunning gegrond.
De rechtbank draagt Gelderland op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op het handhavingsverzoek bekend te maken en bepaalt dat Gelderland aan een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag waarmee het de termijn overschrijdt met een maximum van € 15.000. Verder moet Gelderland het griffierecht en proceskosten vergoeden.

Tijdens de beeldvormende tafel van woensdagavond 10 september 2025 in de raadzaal van het gemeentehuis van Ermelo werd verteld, dat de laatste stand is dat er een vooraankondiging ligt van de provincie van 4 september om een last onder dwangsom op te leggen aan het bedrijf, omdat ze opereert zonder natuurvergunning en daar is een zienswijze mogelijkheid op geboden. Dat zou de meest actuele stand zijn.
Zie de video in Inspraak in Ermelo over naderend einde eendenslachthuis

Tijdens een oordeelsvormende vergadering van 17 september bij de provincie zegt gedeputeerde Ans Mol naar aanleiding van een motie van de Partij voor de Dieren over het gedogen van illegaliteit in de eendensector: “Het feit dat ik hier niet over individuele bedrijven ga praten, wil niet zeggen dat wij geen stappen zetten als het niet aan de eisen voldoet. En volgens mij hebben wij ook al openbaar gemaakt dat wij ook hier zeggen dat we niet zien, dat er een natuurvergunning verleend kan worden, dus dat we handhavend aan het optreden zijn.”
Zie Stop de eendenhouderij

Update 2 – Voornemen tot Last onder Dwangsom

Animal Rights heeft eind september 2025 officieel nog niets gehoord over een besluit op het handhavingsverzoek van 8 maart 2025 dat ze samen met Mobilisation indiende tegen het illegaal in bedrijf zijn van eendenslachter Tomassen Duck-To BV. Wel werd het voornemen tot handhaven al aangekondigd tijdens vergaderingen in het Ermelose raadhuis en Gelderse provinciehuis.

Op 30 september staat er tussen de stukken bestemd voor een vergadering in Ermelo, ineens, het aan Tomassen gerichte ‘voornemen opleggen last onder dwangsom’ van 4 september.

Tomassen dient haar activiteiten in overeenstemming te brengen met de referentiesituatie van de Hinderwetvergunning uit 1992. Zo niet dan verbeurt ze vanaf 1 januari 2026 een dwangsom van €10.000,- per dag met een maximum van €200.000,- als de overtreding voortduurt.

Met de uitspraak van de rechtbank op 12 februari 2025 is de natuurvergunning van Tomassen van 13 mei 2022 vernietigd. De provincie had al het voornemen deze natuurvergunning in te trekken vanwege een gewijzigd inzicht in de referentiesituatie. De uitspraak van de rechtbank maakte dat een definitief besluit niet meer nodig was. 

Uit een controle op 5 augustus 2025 naar aanleiding van het handhavingsverzoek van Animal Rights en Mobilisation van 8 maart, bleek dat de eendenslachterij gewijzigd is ten opzichte van de referentiesituatie zoals bepaald door de Hinderwetvergunning uit 1992. Daardoor zijn significante effecten op het nabij gelegen Natura 2000-gebied ‘de Veluwe’ niet uit te sluiten. 

Tomassen heeft aangegeven dat er een aanvraag in voorbereiding is voor een Omgevingsvergunning, maar tot op heden heeft de provincie daar nog geen gegevens voor ontvangen en is er dus ook geen zicht op legalisatie. 

Door betaling van een dwangsom wordt de overtreding niet opgeheven. Als de overtreding na het bereiken van het maximum dwangsombedrag niet is beëindigd, kan er een nieuwe last worden opgelegd met hogere dwangsombedragen of een andere bestuursrechtelijke sanctie volgen, zoals sluiting. 

Tomassen kon binnen twee weken nog een zienswijze indienen, maar vroeg om uitstel.

De Hinderwetvergunning gaat onder andere uit van 75.000 liter brandstofverbruik per jaar en een stoomketel met een capaciteit van 800 kg stoom per uur (7034 kW). Tomassen zit daar nu ver boven. De vergunning uit 1992 gaat verder uit van 4 af- en aanvoerbewegingen van vrachtwagens per dag en een heftruck op LPG die 5% van de tijd in bedrijf is. Er rijden dagelijks echter  veel meer vrachtwagens van en naar het bedrijf.

Ten opzichte van de referentievergunning uit 1992 zijn er diverse feitelijke wijzigingen doorgevoerd, zoals bijvoorbeeld de chemische luchtwasser en de uitbreiding van de werktijden. Dit betreffen vergunningplichtige wijzigingen.  

Van bijzondere omstandigheden om van handhaving af te zien is volgens de provincie niet gebleken. Er is geen sprake van een (vergunbare) aanvraag om alsnog een natuurvergunning te verkrijgen, zodat geen sprake is van concreet zicht op legalisatie. Evenmin is gebleken dat handhaving voor het overige onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Bij dat laatste gaat het met name om het natuurbelang van Natura 2000-gebied ‘de Veluwe’. 

Update 3 – Last onder Dwangsom

Ook halverwege december 2025 heeft de provincie Gelderland nog altijd geen besluit genomen op het handhavingsverzoek van 8 maart 2025 tegen het illegaal in bedrijf zijn van eendenslachter Tomassen Duck-To BV.

Op 11 december vernam Animal Rights wel dat de provincie reeds op 25 november een definitieve last onder dwangsom aan de directie van Tomassen Duck-To B.V. heeft gestuurd:

“Wij leggen u een last onder dwangsom op. Deze last houdt in dat u uw activiteiten in  overeenstemming dient te brengen met uw referentiesituatie, zijnde de Hinderwetvergunning uit 1992, zodat significante effecten op nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten waardoor er geen natuurvergunning is vereist. Als u dat niet doet, verbeurt u vanaf 1 januari 2026 een  dwangsom van € 10.000,– per dag met een maximum van € 200.000,– als de overtreding van  artikel 5.1 lid 1 onder e. Omgevingswet voortduurt. Deze beschikking is voor onbepaalde tijd van kracht.

Door betaling van een dwangsom wordt de overtreding niet opgeheven. Als de overtreding na het bereiken van het maximum dwangsombedrag niet is beëindigd, kan er een nieuwe last worden opgelegd met hogere dwangsombedragen of een andere bestuursrechtelijke sanctie volgen.”

Artikel 5.1 lid 1 onder e van de Omgevingswet zegt dat het is verboden om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten. Een Natura 2000-activiteit is, kort gezegd, een activiteit die significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Daar vallen de bedrijfsactiviteiten van een slachthuis nabij Natura 2000-gebied ‘de Veluwe’ onder.

Op 17 september vroeg en kreeg de jurist van Tomassen een verlengde zienswijzetermijn tot en met 21 oktober. Pas op 27 oktober stuurde hij een aanvulling op de natuurvergunningaanvraag naar de provincie met daarbij een brief met het verzoek om af te zien van het opleggen van een last onder dwangsom nu er zicht zou zijn op  legalisatie. 

De provincie heeft de aanvulling beoordeeld, maar ziet daarin geen ontvankelijke  en vergunbare aanvraag en zodoende ook geen zicht op legalisatie:

“Maar er zijn ook handhavingsverzoeken ingediend. Om niet handhavend te hoeven optreden is een ontvankelijke en vergunbare aanvraag benodigd, meer nog het ontwerpbesluit  waarin het voornemen kenbaar gemaakt wordt om een vergunning te verlenen, voor zicht op  legalisatie. Deze is er echter nog steeds niet, ook niet na beoordeling van uw aanvulling. Daarmee zien wij niet van ons voornemen af.”

De eendenslachter kan rechten ontlenen aan een zogenaamde referentiesituatie. De referentiesituatie wordt bij het ontbreken van een natuurvergunning ontleend aan de milieutoestemming die gold op de referentiedatum, het moment waarop artikel 6 van de Habitatrichtlijn van toepassing werd op het betrokken Natura 2000-gebied. Bij ‘de Veluwe’ is dat het jaar 2000.

Tomassen beschikt niet over een natuurvergunning, wel over een Hinderwetvergunning uit 1992. Nadien is er niet een milieuvergunning verleend met minder gevolgen. Daarom vertegenwoordigt de Hinderwetverguning uit 1992 de referentiesituatie waar Tomassen rechten aan kan ontlenen. 

Naar aanleiding van de handhavingsverzoeken werd er op 5 augustus 2025 een inspectie op het slachthuis uitgevoerd. Aangezien de in 2022 verleende en met de uitspraak van 12 februari 2025 vernietigde natuurvergunning vooral aangevraagd was voor het legaliseren van  de bestaande feitelijke situatie, is het bedrijf Tomassen in overtreding nu zij geen natuurvergunning heeft.

Van de huidige feitelijke activiteiten kan niet gesteld kan worden dat deze vallen binnen de vergunde activiteiten uit de Hinderwetvergunning van 1992. Daarmee kunnen significante effecten op het nabij gelegen Natura 2000-gebied ‘de Veluwe’ niet worden uitgesloten. Vandaar het besluit van de provincie om handhavend op te treden. 

“De hoogte van de dwangsom staat in redelijke verhouding tot de aard en ernst van de overtreding. Daarnaast is deze gebaseerd op het economisch voordeel dat het bedrijf heeft genoten of kan genieten bij het in stand houden van de overtreding (doorgaan met de werkzaamheden), de kosten  die gemaakt moeten worden om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden en de  natuurschade die bij het voortduren van de overtreding kan ontstaan.”

Die referentiewaarde van de Hinderwetverguning uit 1992 vervalt als Ermelo in januari het besluit bekrachtigt om alle bestaande vergunningen van de eendenslachter in te trekken. Dan is Tomassen uitgespeeld (maar daar zullen nog wel wat juridische procedures overheen gaan).

Update – Naar de voorzieningenrechter

Per brief van 18 december 2025 werden Animal Rights en Mobilisation op de hoogte gesteld van het feit dat bij de Rechtbank Gelderland door Tomassen Duck-To B.V. een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend tegen het besluit van 25 november 2025 van het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland om Tomassen een last onder dwangsom op te leggen. 

In diezelfde brief werd gevraagd of gewenst wordt van de gelegenheid gebruik te maken als derde belanghebbende aan deze procedure deel te nemen. Ja, graag!

Animal Rights is van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Aan Tomassen is terecht een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van het verbod om zonder natuurvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten, namelijk het uitstoten van stikstof door het in bedrijf hebben van een eendenslachthuis.

Tomassen had de bui moeten zien hangen

Reeds op 21 november 2024 heeft de provincie Gelderland aan Tomassen het ontwerpbesluit tot intrekking van de natuurvergunning toegezonden. Bij uitspraak van 12 februari 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland de natuurvergunning van 13 mei 2022 vernietigd. Op 8 maart 2025 en 31 maart 2025 zijn handhavingsverzoeken ingediend door Animal Rights, Mobilisation en Stichting Doeh. Op 4 september 2025 informeerde de provincie Tomassen over het voornemen tot de last onder dwangsom na een controle op 5 augustus 2025, waarin is vastgesteld dat de eendenslachterij is gewijzigd ten opzichte van de referentiesituatie (Hinderwetvergunning 1992), met niet uit te sluiten significante effecten op Natura 2000-gebied “De Veluwe”. Op 25 november 2025 volgde de definitieve last, inhoudende dat Tomassen haar activiteiten moet terugbrengen tot de referentiesituatie, op straffe van € 10.000 per dag (maximum € 200.000) vanaf 1 januari 2026. 

Tomassen heeft gedurende ruim een jaar stapsgewijs signalen ontvangen dat de huidige bedrijfsvoering illegaal is en afschaling daarmee onvermijdelijk. Tomassen is desondanks onveranderd doorgegaan met de bedrijfsvoering.

Er is sprake van een overtreding en geen sprake van bijzondere omstandigheden die het afzien van handhaven rechtvaardigen.

Er is geen zicht op legalisatie

In tegenstelling tot wat Tomassen beweert is er geen sprake van concreet zicht op legalisatie. Er is immers geen ontvankelijke aanvraag voor een (vergunbare) natuurvergunning ingediend met een passende beoordeling. De door Haskoning opgestelde ‘onderbouwing’ van Tomassen’s bewering dat een natuurvergunning wel kan, berust op onjuiste aannames over de vergunde transportbewegingen en veronderstelt het gebruik van luchtwassers die niet zijn vergund en waarvan tevens de werking omstreden is.

Gelderland heeft derhalve met recht de last opgelegd. Deze last is volgens cliënten concreet, uitvoerbaar en proportioneel. De dwangsomhoogte is tevens passend bij de overtreding en het economische belang, en noodzakelijk voor gedragsverandering.

Eendenleed

Het geschetste dierenleed en de ketenverstoring is volgens cliënten hypothetisch en het gevolg van de eigen aanvoerkeuzes van Tomassen als ketenregisseur.

Tomassen wist al geruime tijd (op zijn minst ruim een jaar) dat de voorliggende situatie onvermijdelijk was/is. Het is immers de logische consequentie van het ontwerpbesluit tot intrekking van de vergunning van 21 november 2024, de vernietiging van de natuurvergunning van 13 mei 2022 door de rechtbank op 12 februari 2025, de handhavingsverzoeken van 8 en 31 maart, het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom van 4 september en de definitieve last van 25 november.

Het bedrijf had zich hierop kunnen voorbereiden door de bedrijfsvoering terug te brengen naar de situatie zoals vergund onder de Hinderwetvergunning van 1992. Dat had onder meer gekund door illegaal gebouwde installaties te verwijderen en als ketenregisseur van de eendensector, het aantal eenden in de broederijen en stallen tijdig te beperken.

Zelfs nu kan Tomassen nog maatregelen nemen maar wordt dat, zover cliënten weten, nagelaten. Wanneer het bedrijf stopt met het plaatsen van eendeneieren in de broedmachines, zijn de stallen binnen tien weken leeg. Eieren verblijven ongeveer vier weken in de broedmachine, waarna de eendagskuikens in circa zes weken worden opgefokt voor de slacht. 

Dat een dergelijke aanpassing uitvoerbaar is, blijkt uit de coronaperiode. Op 30 maart 2020 besloot Tomassen destijds geen eendenkuikens meer te plaatsen in Nederlandse stallen, omdat de verkoop van eendenvlees instortte toen de horeca en export vrijwel stilvielen door de coronacrisis. Het bedrijf slachtte nog zes weken door om de schuren leeg te draaien, waarna alle karkassen werden ingevroren.

Tomassen heeft nagelaten tijdig maatregelen te treffen en zal de opgelegde dwangsommen volgens Animal Rights moeten accepteren gedurende de periode waarin de stallen worden leeggedraaid, zijnde een proces dat maximaal tien weken vergt. Bovendien heeft Tomassen niet aangetoond hoeveel eenden zich op dit moment in de stallen bevinden in afwachting van de slacht, welke alternatieven zijn onderzocht of waarom afschaling onmogelijk zou zijn. Kortom, Tomassen lijkt niet of nauwelijks inspanningen te hebben verricht/ te verrichten om te voldoen aan de last door het aantal dieren te verminderen of anderszins maatregelen te nemen. Dat moet voor risico van Tomassen blijven.

Het is op zijn minst ironisch te noemen dat Tomassen, een recidivist op het gebied van dierenwelzijnsschendingen en structurele dierenmishandeling, thans dierenleed inroept om handhaving te ontlopen. Dit argument is strategisch en niet op reële zorg berust. Bovendien zou het voldoen aan de last juist zorgen voor een aanmerkelijke afschaling van de eendensector en daarmee voor het terugbrengen van de schaal van dierenleed veroorzaakt door Tomassen zelf. In dit argument ziet Animal Rights dus eerder een reden om de voorlopige voorzienig af, in plaats van toe, te wijzen.

De last is rechtmatig en kans op herroeping is volgens Animal Rights en Mobilisation gering. Tegenover zwaarwegende natuurbelangen (Habitatrichtlijn, voorkomen verslechtering overbelaste gebieden, etc. zoals ook uitgelicht in het handhavingsverzoek) staan zelfgecreëerde, grotendeels economische belangen van Tomassen, die bovendien niet nader gespecificeerd zijn. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt een voorlopige voorziening alleen getroffen als onverwijlde spoed dat vereist. Een financieel belang vormt op zichzelf geen reden om een voorlopige voorziening te treffen, omdat de financiële gevolgen van (achteraf bezien) onrechtmatige besluitvorming in beginsel naderhand kunnen worden gecompenseerd. Ook dit is dus geen reden om de voorziening toe te wijzen.

Tomassen’s verzoek zal door de voorzieningenrechter worden behandeld op donderdag 15 januari 2026 om 13:00 in Arnhem.

Update – Tomassen maakt ook bezwaar

Een voorlopige voorziening verzoek gaat vergezeld van een bezwaar. Op 7 januari 2026 laat Gelderland weten dat er een bezwaarschrift is ingediend tegen de opgelegde last onder dwangsom naar aanleiding van het door, onder andere, Animal Rights ingediende handhavingsverzoek.

Het Team Rechtsbescherming van de provincie onderzoekt of de bezwaren informeel kunnen worden opgelost. Als een informele oplossing niet mogelijk is, worden de bezwaren tijdens een hoorzitting behandeld. De hoorzitting is voorlopig gepland op 24 maart 2026.

Update – Uitstel zitting

Op woensdag 14 januari bericht de griffier van de rechtbank dat de zitting van 15 januari wordt aangehouden. “Uit de media heeft de rechtbank begrepen dat diverse vergunningen van verzoeker zijn ingetrokken en dat verzoeker voornemens is hier een verzoek om voorlopige voorziening tegen in te dienen. Daarom heeft de rechtbank contact opgenomen met verzoeker, die bevestigde dat inderdaad binnen enkele weken een verzoek om voorlopige voorziening te verwachten is. In overleg met Gedeputeerde Staten heeft de rechtbank daarom besloten om de zitting van donderdag 15 januari 2026 uit te stellen, zodat te zijner tijd de intrekkingen van de vergunningen (wat verstrekkender is dan het besluit dat op 15 januari 2026 voor zou liggen) eerst op zitting behandeld kunnen worden.”

“Voor de volledigheid merkt de rechtbank nog op dat Gedeputeerd Staten de begunstigingstermijn reeds heeft verlengd tot de uitspraak van de voorzieningenrechter en dat Gedeputeerde Staten heeft toegezegd dat deze verlenging, ondanks het uitstel in deze zaak, blijft gelden. Verzoeker verbeurt voorlopig dus geen dwangsommen.”

Door in te stemmen met dit uitstel verzaakt Gelderland haar beginselplicht tot handhaving. Gelderland heeft ook nog altijd geen officieel besluit genomen op de handhavingsverzoeken van Animal Rights, Mobilisation en Doeh.

De gemeente Ermelo heeft het ‘Definitief besluit weigering aangevraagde vergunning en intrekking vigerende revisievergunningen Tomassen Duck-To B.V.’ op 14 januari gepubliceerd en Tomassen kan haar volgende verzoek om een voorlopige voorziening en beroep dus indienen. De 11 weken die Tomassen heeft gekregen om de eendenbedrijven ‘leeg te draaien’ loopt wel gewoon door.

Update – Eindelijk een besluit op het handhavingsverzoek

Wat iedereen al wist, bevestigde de provincie Gelderland dan eindelijk op 19 januari 2026:

“Wij hebben op 5 augustus 2025 een controle uitgevoerd. Uit de controle blijkt nu dat de
eendenslachterij gewijzigd is ten opzichte van de referentiesituatie zoals bepaald door de
Hinderwetvergunning uit 1992. Daardoor zijn significante effecten op het nabij gelegen Natura
2000-gebied ‘de Veluwe’ niet uit te sluiten. Met de vernietiging van de natuurvergunning uit 2022
door de rechtbank op 12 februari 2025 herleeft de aanvraag voor een natuurvergunning. Op 27
oktober 2025 hebben wij een aanvulling ontvangen op deze aanvraag, echter is deze door ons als
onvoldoende beoordeeld. Wij kunnen dan ook niet op dit moment een ontwerpbesluit ter inzage
leggen, zodat er op dit moment dan ook geen zicht op legalisatie is voor het project zoals dat nu
wordt uitgevoerd aan de Fokko Kortlanglaan 116 te Ermelo.”

“Wij hebben besloten handhavend op te treden. Hiertoe hebben wij op 25 november 2025 een last
onder dwangsom opgelegd aan Tomassen Duck-To B.V., een afschrift hebben wij bijgesloten.”

Update – Ook geen nieuwe natuurvergunning voor Tomassen

Op 27 februari 2026 verstuurde de provincie Gelderland aan Tomassen Duck-To haar ontwerpbesluit tot het weigeren van de door de eendenslachter aangevraagde natuurvergunning. Iedereen kan op dit besluit reageren door middel van het indienen van een zienswijze. Animal Rights zal dit doen ter ondersteuning van de weigering.

De aanvraag betreft het gehele proces van slachten en verwerken van eenden en dateert van 20 juli 2019. Op 13 mei 2022 werd de aangevraagde natuurvergunning verleend met de revisievergunning van 16 oktober 2002 als referentie. Tegen deze vergunning is beroep aangetekend door MOB, Animal Rights en DOEH. Tijdens de beroepsprocedure bleek dat niet de revisievergunning van 16 oktober 2002 maar de Hinderwetvergunning van 29 juni 1992 de toestemming was waarin de laagste stikstofdepositie vergund was. Op 12 februari 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland het beroep gegrond verklaard en de natuurvergunning uit 2022 vernietigd (ECLI:NL:RBMNE:2025:737). 

Op 27 oktober 2025 heeft Tomassen een aanvulling op de aanvraag voor een natuurvergunning ingediend, met daarbij het rapport Stikstofdepositie Tomassen Duck-To van 14 oktober 2025 van Haskoning. Op 18 december 2025 heeft Gelderland Tomassen verzocht aanvullende gegevens aan te leveren. Deze werden op 30 december 2025 ontvangen. 

De Wet natuurbescherming bepaalt dat het verboden is zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. 

Uit de aanvraag blijkt dat in de beoogde situatie stikstofdepositie plaatsvindt ter plaatse van Natura 2000-gebieden. Deze depositie heeft mogelijk significante gevolgen voor die betreffende Natura 2000-gebieden nu de kritische depositiewaarden voor de aan de orde zijnde habitattypen worden overschreden.

De referentiesituatie is de geldende toestemming die, voor zo ver deze structureel in gebruik is, als mitigerende maatregel mag worden ingezet om significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied te voorkomen. 

Op 6 januari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo de   door Tomassen aangevraagde omgevingsvergunning milieu geweigerd en de vigerende omgevingsvergunningen milieu ingetrokken op grond van de Wet Bibob. 

Hieruit volgt dat de referentiesituatie niet meer in gebruik is of in gebruik kan worden genomen. Dat betekent dat de gehele referentiesituatie niet mag worden betrokken als mitigerende maatregel. 

In de beoogde situatie vindt een toename van stikstofdepositie plaats ter plaatse van Natura 2000-gebieden. Gelderland heeft niet de zekerheid verkregen dat het project geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Om deze reden zijn zij voornemens deze vergunningaanvraag te weigeren. 

Tomassen zelf bleef een jaar lang beweren dat ze de vergunning zeker zouden krijgen; dat was dus een inschattingsfout of een leugen. Dit zal van pas komen bij de rechter op 13 oktober. 1

Update – De neerwaartse spiraal van de eendenindustrie in Nederland

In onderstaande grafieken is duidelijk de neergang te zien van de eendenindustrie in Nederland. Vlak na de overname van de enige concurrent, eendenslachter VSE, steeg het aantal door Tomassen geslachte eenden tot 8,1 miljoen in 2017 en 8,4 miljoen in 2018. Inmiddels is dat meer dan gehalveerd met 4,1 miljoen geslachte eenden in 2025 en een prognose gebaseerd op de eerste weken van 2026 van minder dan 4 miljoen in 2026.

Ook het aantal in Nederland op ieder moment gehouden eenden laat een neerwaartse spiraal zien volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2018 ging het nog om meer dan 800.000 eenden, in 2024 zakte dat onder de half miljoen en volgens de voorlopige cijfers van december 2025 zijn er nu nog slechts 300.000 eenden.

Iedere gehouden en iedere geslachte eend blijft er natuurlijk één te veel. We hopen dat eind 2026 het aantal gehouden eenden op nul staat.

Update – Tomassen wraakt rechter

De zaak tussen Duck-To en Ermelo over de geweigerde en ingetrokken vergunningen door de gemeente werd doorverwezen naar de Rechtbank Midden-Nederland vanwege mogelijke belangenverstrengeling. Rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank van Arnhem, Marcel Soppe, adviseerde in 2023 de gemeente Ermelo over het eendendossier. Soppe heeft niets met de huidige zaak te maken en er is geen sprake van belangenverstrengeling voor de behandelende rechter in Arnhem, maar zo werkt het systeem. Het is hiermee ook maar de vraag of de zittingsdatum van 7 mei 2026 voor de inhoudelijke behandeling van de zaak doorgaat.

In de andere voorlopige voorziening zaak, over de door de provincie Gelderland opgelegde dwangsommen naar aanleiding van de handhavingsverzoeken van, onder andere, Animal Rights, zag de advocaat van Tomassen een gaatje om ook hier te eisen dat de zitting werd verplaatst en daarmee de behandeling vertraagd. De rechter ging daar, ook na driekwartier overleg, terecht niet in mee. Er is, immers, geen enkele reden om te veronderstellen dat de rechtbank partijdig zou zijn. Vervolgens restte de advocaat van Tomassen geen ander middel om het juridische proces te saboteren dan de rechter te wraken. Daarmee werd de zitting zonder behandeling van de zaak afgebroken. De wrakingskamer – andere rechters – moeten nu beslissen of de zaak in Arnhem mag worden voortgezet of dat deze (ook) wordt overgedragen aan de rechtbank Midden-Nederland.

Een hoorzitting over het bezwaar van Tomassen tegen het opleggen van de dwangsom vindt op 24 maart 2026 plaats bij de provincie.

Die hoorzitting verliep als verwacht. Gelderland, Doeh en Animal Rights hebben benadrukt dat niet wordt betwist dat de eendenslachter geen natuurvergunning heeft en dus illegaal opereert, dat er geen zicht op legalisatie – door middel van een nieuwe vergunning – is en er dus handhavend dient te worden opgetreden. De commissie verwacht haar advies over 3 weken in te dienen. De provincie moet dan een besluit nemen op het bezwaar van Tomassen tegen het opleggen van de dwangsommen.

Vlak voor de zitting werd bekend dat de zitting van de wrakingskamer op 30 maart 2026 plaatsvindt in Arnhem.

Update – De wrakingskamer

Op 30 maart 2026 was de zitting bij de wrakingskamer. De advocaat van de eendenslachter blijft volhouden dat de zaken over het intrekken van de vergunningen door de gemeente Ermelo en het opleggen van dwangsommen door de provincie Gelderland voor het ontbreken van een natuurvergunning – een provinciale bevoegdheid – onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. 

In het verleden heeft een invalrechter van de Rechtbank Arnhem als advocaat de gemeente Ermelo geadviseerd op het gebied van vergunningverlening. Vandaar dat Tomassen via de voorzittende rechter de rechtbank wraakte, ook al is de beschuldiging van belangenverstrengeling absurd.

De gewraakte rechter legde opnieuw uit dat het weigeren van de vergunningen door Ermelo hier helemaal niet voorligt. Ermelo is geen partij in deze zaak, het gaat over het opleggen van dwangsommen door Gelderland.

De eendenslachter verkeert mogelijk in de waan dat uitstel tot afstel van executie zal leiden. Het enige wat hier te ‘winnen’ valt, is dat de zaak wordt doorverwezen naar Rechtbank Midden-Nederland in Utrecht dat eerder al Tomassen’s natuurvergunning vernietigde. Omdat Tomassen geen argumenten heeft om in bedrijf te blijven, zet ze wanhopig in op tijdwinst.

De drie rechters van de wrakingskamer verwachten op 13 april uitspraak te doen.

Update – Beslissing wrakingskamer

Op 13 april 2026 wees de wrakingskamer het verzoek tot wraking van de rechter door Tomassen Duck-To af. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter tegenover een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Het uitgangspunt is dat een rechter uit hoofde van zijn of haar functie onpartijdig is.

De advocaat van Tomassen zei tijdens de zitting echter dat het wrakingsverzoek niet gericht was tegen de rechter, maar tegen de rechtbank vanwege het doorverwijzen van het ene dossier – intrekking vergunningen door Ermelo – naar een andere rechtbank en niet het andere – dwangsommen opgelegd door Gelderland vanwege ontbreken natuurvergunning. Dat is echter een procesbeslissing en geen wrakingsgrond.

De reden dat de Ermelo zaak werd doorverwezen is omdat een rechter-plaatsvervanger van de rechtbank in Arnhem in het verleden Ermelo heeft geadviseerd. In de zaak van de natuurvergunning en de dwangsommen is Ermelo echter geen partij. Dat de zaken oorspronkelijk op dezelfde dag gepland waren was uit praktisch oogpunt en niet vanwege inhoudelijke samenhang.

Update – Zienswijze

Op 11 april 2026 diende Animal Rights haar zienswijze in op het voornemen tot weigering van de aangevraagde natuurvergunning voor eendenslachter Tomassen Duck-To B.V.. Na een dergelijk voornemen volgt een zienswijze procedure waarna een definitief besluit wordt genomen. Animal Rights laat de provincie Gelderland weten geen bezwaren te hebben tegen de inhoud van het ontwerpbesluit. De zienswijze geldt dan ook uitsluitend als steunbetuiging om in het besluit te volharden.

Animal Rights voegt daar aan toe dat ze van mening is dat de aangevraagde vergunning eveneens had kunnen worden geweigerd op grond van de Wet Bibob. Immers, het ernstig gevaar dat de vergunning wordt gebruikt voor strafbare feiten, conform de Wet Bibob, dat blijkt uit het Bibob onderzoek van de gemeente Ermelo en uit het advies van het Landelijk Bureau Bibob aan de gemeente Ermelo met betrekking tot aangevraagde en vigerende (en nu geweigerde/ingetrokken) omgevingsvergunningen, geldt eveneens voor de aangevraagde natuurvergunning, daar deze onlosmakelijk verbonden is aan het operationeel kunnen zijn van het bedrijf.

Update – Bezwaar Tomassen tegen dwangsom afgewezen

De hoorzitting bij de Commissie Rechtsbescherming van de provincie Gelderland over het bezwaar van eendenslachter Tomassen Duck-To van 16 december 2025 gericht tegen het besluit van de provincie van 25 november 2025 tot het opleggen van een last onder dwangsom vanwege het in bedrijf zijn zonder in het bezit te zijn van een natuurvergunning vond plaats op 24 maart 2026.

Op 9 april bracht de Commissie het advies uit om het besluit in stand te laten. De provincie neemt op 21 april dat advies over. De last onder dwangsom blijft dus staan.

Aan de hand van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) 2 kwalificeert de provincie het opereren zonder natuurvergunning als een overtreding van aanzienlijk belang en de houding van Tomassen Duck-To als onverschillig/berekenend. Zonder vergunning is het onmiddellijk staken van de activiteiten van het slachthuis noodzakelijk en er is geen zicht op legalisatie van die activiteiten. Het algemeen belang van handhaving prevaleert daarom over het bedrijfsbelang.

Omdat een slachterij een hoge omzet draait, moet de dwangsom “voldoende prikkelend” zijn. Daarom is gekozen voor 10.000 euro per dag met een maximum van 200.000 euro.

Tomassen kan (en zal) nog in beroep gaan en een voorlopige voorziening tot schorsing aanvragen. Animal Rights, Mobilisation en Stichting Doeh zullen daarbij ook weer belanghebbenden zijn.

Nu het bezwaar van Tomassen in de bodemzaak is behandeld en afgewezen is het de vraag wat er nog resteert om te behandelen bij het verzoek tot een voorlopige voorziening van Tomassen dat, na het afwijzen van de wraking van de rechter, op 18 mei 2026 staat gepland. Gelderland vraagt de voorzieningenrechter op 7 mei dan ook om het verzoek niet ontvankelijk te verklaren nu de bezwaarzaak reeds behandeld is en heeft geleid tot een beslissing op dat bezwaar. Het staat Tomassen Duck-To vrij om een beroep tegen dat besluit in te dienen.

Op 12 mei 2026 gaat Tomassen dan ook (pro forma) in beroep tegen de beslissing van Gelderland op haar bezwaar en vraagt om de zitting van 18 mei uit te stellen terwijl de eendenslachter en haar advocaten een beroepschrift voorbereiden.

Update – Zitting bij de voorlopige voorzieningen rechter

Het uitstel waar de eendenslachter om vroeg werd genegeerd. De zitting van 18 mei 2026 in Arnhem ging gewoon door. Het verzoek om een voorlopige voorziening hangende een beslissing op het bezwaar van Tomassen tegen de opgelegde dwangsommen vanwege het ontbreken van een natuurvergunning werd, omdat inmiddels het bezwaar al is afgewezen, gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.

Dat verandert niets aan het wanhopige verhaal van de eendenslachter dat uitstel wil en business-as-usual tot hun laatste strohalmen bij de hoogste rechter. De uitspraken van de Raad van State van 15 april en de voorzieningenrechter in Amsterdam van 13 mei, echter, houden al in dat het bedrijf moet afschalen en illegale zaken ongedaan maken. De uitspraak van Rechtbank Gelderland over drie weken kan en zal daar weinig aan veranderen.

Update – NVWA

Op 23 april 2026 antwoordde het landbouwministerie op de vraag waarom de NVWA inspecteurs naar het bedrijf blijft sturen dat illegaal zonder natuurvergunning opereert:
“De NVWA houdt toezicht op de eendenslachterij in kader van de Europese Hygienewetgeving, zoals Verordening (EG) nr. 853/2004, en de Wet dieren.Volgens die wetgeving heeft het bedrijf nog steeds een erkenning om te mogen slachten. De inspecteurs van de NVWA voeren hun wettelijk vastgelegde inspectietaak uit volgens de hiervoor genoemde wet- en regelgeving.De NVWA heeft geen bevoegdheden ten aanzien van de wetgeving waarde provincie en de gemeente op toe zien.”

Update – Uitspraak voorzieningenrechter

Op 9 juni 2026 deed de voorzieningenrechter in Arnhem uitspraak 3 4 in de door eendenslachter Tomassen Duck-To aangespannen voorlopige voorziening-zaak. Het beroep van Tomassen heeft geen redelijke kans van slagen, oordeelde de rechter. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om het bestreden besluit te schorsen tot de uitspraak op het beroep.

De begunstigingstermijn wordt wel verlengd tot 11 weken – was 2 weken – na de datum van deze uitspraak om Tomassen de tijd te geven om af te schalen tot het vergunde onder de hinderwetvergunning van 1992.

Alle argumenten van de eendenslachter worden door de voorzieningenrechter van tafel geveegd:

Omdat de aanvraag, zoals die er nu ligt, voor een nieuwe natuurvergunning (naar het lijkt) niet vergund gaat worden, is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter reeds om die reden geen sprake van concreet zicht op legalisatie.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de last niet onevenredig is om de reden dat het feitelijk onmogelijk zou zijn om de bedrijfsactiviteiten in overeenstemming te brengen met de referentiesituatie.
De last houdt in dat verzoekster haar activiteiten in overeenstemming moet brengen met de referentiesituatie uit die vergunning. Dat betekent volgens het college dat zij qua stikstofdepositie niet meer mag uitstoten dan zij op basis van de Hinderwetvergunning mocht.
Tomassen moet in ieder geval haar vrachtwagenbewegingen afschalen naar de vergunde situatie uit 1992 (4 vrachtwagenbewegingen per dag) en moet werken binnen de in die vergunning opgenomen werktijden (tussen 07:00 uur en 19:00 uur).
In hetgeen Tomassen heeft aangevoerd zijn onvoldoende aanwijzingen voor de conclusie dat dit direct tot een faillissement zal leiden. Op zitting heeft verzoekster ook expliciet te kennen gegeven een plan b te hebben.

De voorzieningenrechter kan Tomassen wel volgen in haar stelling dat het in omvang moeten beperken van de bedrijfsactiviteiten behoorlijke financiële gevolgen zal hebben. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt echter dat het feit dat handhavend optreden mogelijk ernstige financiële gevolgen heeft niet maakt dat handhavend optreden daardoor zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat het bestuursorgaan daarvan om die reden behoort af te zien.

Gelderland moet de financiële gevolgen voor Tomassen wel beter betrekken in de belangenafwegingen in de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter verwacht dat het college dit motiveringsgebrek hangende de beroepsprocedure kan herstellen en ziet daarom voor nu geen aanleiding om vanwege dit motiveringsgebrek een voorlopige voorziening te treffen.

Ten aanzien van het dierenleed heeft Tomassen op zitting toegelicht dat als zij haar bedrijfsactiviteiten moet afschalen, boeren hun eenden niet meer kwijt kunnen en dit mogelijk leidt tot dierenleed (omdat boeren de eenden op een andere manier zouden moeten slachten). De voorzieningenrechter stelt dat zelfs als er sprake zou zijn van extra dierenleed als gevolg van de last onder dwangsom, dit geen directe gevolgen voor Tomassen en haar bedrijfsvoering heeft en dus niet onevenredig is.

Ten slotte overweegt de voorzieningenrechter dat het niet onevenredig is dat Gelderland de uitspraak van de rechtbank Amsterdam niet afwacht in de beroepszaak tegen de intrekking en weigering van verschillende vergunningen door Ermelo. Ook als zij volledig gelijk zou krijgen in die zaak, moet Tomassen haar activiteiten in overeenstemming brengen met de referentiesituatie (dat blijft dan de Hinderwetvergunning uit 1992). De uitkomst van de beroepszaak leidt dus nooit tot een voor Tomassen gunstigere situatie in deze zaak. Reeds daarom is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen aanleiding is om de uitspraak in die procedure af te wachten. De beroepsgrond heeft geen redelijke kans van slagen.

Gelderland is bevoegd om handhavend op te treden tegen de overtreding en Gelderland heeft in redelijkheid gebruik gemaakt van zijn handhavende bevoegdheid. Het beroep van Tomassen heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen redelijke kans van slagen. Dat betekent dat het bestreden besluit naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter rechtmatig is.
Omdat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft, bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht.

Update – Definitieve weigering natuurvergunning

Op 3 september 2026 verstuurde de provincie Gelderland aan Tomassen Duck-To B.V. het definitieve besluit met betrekking tot de aanvraag voor een natuurvergunning voor de slachthuisactiviteiten aan de Fokko Kortlangstraat 116 in Ermelo.
Gelderland besluit de door Tomassen aangevraagde vergunning voor het wijzigen van de eendenslachterij te weigeren.

Een vergunning kan uitsluitend worden verleend als zekerheid is verkregen dat het aangevraagde project de natuurlijke kenmerken van beschermde gebieden niet zal aantasten. Die zekerheid is er niet.
Uit de bij de aanvraag ingediende AERIUS-berekeningen blijkt dat in de beoogde situatie een toename van stikstofdepositie plaatsvindt ter plaatse van Natura 2000-gebieden. Deze depositie heeft mogelijk significante gevolgen voor die betreffende Natura 2000-gebieden nu de kritische depositiewaarden voor de aan de orde zijnde habitattypen worden overschreden.

De eendenslachter gaat ongetwijfeld in beroep.

  1. Ook provincie weigert vergunning te geven: problemen eenden­slach­te­rij stapelen zich op ↩︎
  2. Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) ↩︎
  3. ECLI:NL:RBGEL:2026:4562EL:2026:4562 ↩︎
  4. Dwangsom voor Tomassen Duck-To blijft gelden ↩︎

JIJ KAN DE DIEREN REDDEN

Word ambassadeur van de dieren en red ze met jouw bijdrage. Jouw hulp zet het belangrijke werk voor de dieren voort.

Elke bijdrage maakt een verschil! 🧡