Main content

Inhoud

7 mythes van de jacht doorprikt

Jagers proberen sympathie op te wekken voor hun bloedsport met allerlei verantwoordingen. Hier doorprikken we 7 van deze mythes.

1. De jacht zorgt voor “eerlijk” vlees

Mensen noemen vlees van dode wilde dieren soms “eerlijk” vlees. Daarmee bedoelen ze eigenlijk dat het ethischer zou zijn om deze dieren te eten omdat ze een goed leven hebben gehad, in vergelijking met het fokken en doden van dieren in de industriële veeteelt. Het staat vast dat het ontzettend pervers is om dieren te fokken enkel en alleen om ze een miserabel leven te bezorgen in donkeren stallen, hen te doden en vervolgens op te eten. Wanneer jagers stellen dat het ethischer is om wilde dieren te doden, gaan ze er vanuit dat mensen vlees nodig hebben en dieren moeten doden. Dit is echter een verkeerd vertrekpunt. De mens kan perfect leven op een plantaardig dieet, dus de enige ethische keuze is die waarvoor er geen dieren gedood moeten worden, ongeacht wat voor leven ze gehad hebben.

Bovendien is de jacht allesbehalve een aangename dood voor de betrokken individuen. Dieren zijn bijna nooit onmiddellijk dood. Ze gaan een langdurige doodsstrijd tegemoet voor het plezier en het gemak van de jager. Heel wat dieren weten gewond te ontkomen en creperen buiten het zicht van mensen.

Wat betreft duurzaamheid voor natuur en overleving van soorten is enkel het plantaardig dieet optimaal. Het bespaart veel water, voorkomt broeikasgassen en voorkomt ontbossing in vergelijking met het eten van dieren uit de veeteelt. Ook wild is niet duurzaam. De aantallen van heel wat jachtwildsoorten zoals hazen, fazanten, patrijzen en wilde eenden slinken, onder druk van menselijke aanwezigheid of de landbouw, maar ook door de jacht.

Hier vind je meer inspiratie voor een plantaardige levensstijl.

2. Mensen hebben altijd gejaagd, het zit in onze natuur

Prehistorische mensen en hun voorouders jaagden inderdaad. Dat iets ethisch of goed is omdat het altijd zo is gedaan, is echter een denkfout. Kannibalisme werd wereldwijd door verschillende volkeren eeuwenlang toegepast, maar dit vinden we nu doorgaans niet meer acceptabel.

Mensen doen anno 2020 allerlei dingen die onze voorouders niet deden: we tokkelen de hele dag op computers en smartphones, we vliegen de halve wereld rond en leven niet in hutten maar in huizen met verwarming, elektriciteit en stromend water. Als we onze natuur voor al deze luxe opzij kunnen zetten, moet het ook lukken om wegens ethische redenen geen dieren te doden.

Ethicus Willem Vermaat zegt hierover: "Als dit de reden is om te jagen, pas je dat dan ook consequent toe? Jagers-verzamelaars aten geen chips en dronken geen cola of melk van andere diersoorten. Wederom is te zien hoe selectief mensen zijn in het toepassen van het 'het is de natuur-argument'."

3. De jacht zorgt voor een pijnloze dood

Volgens jagers hebben de dieren die ze doden nauwelijks of geen pijn en veroorzaken ze daarom geen dierenleed. Het ene moment huppelen de dieren nietsvermoedend rond, het volgende zijn ze gewoon dood. Dit is zelden het geval. Heel wat dieren worden enkel verwond en weten te ontkomen. Anderen zijn niet meteen dood en creperen lange tijd alvorens ze door de jager worden afgemaakt. Een Nederlandse studie concludeerde dat 25 – 40% van de ganzen rondvliegt met kogelhagel in het lijf.1

Bekijk de video: Hond speelt met gans.

Jachthonden worden vaak met levende dieren getraind, zoals blijkt uit deze beelden die Animal Rights in handen kreeg.

Bovendien zorgt de jacht ook voor dierenleed wanneer de dieren nog in leven zijn. Zo goed als alle dieren die bejaagd worden, zijn sociale dieren. Zij leven in complexe verbanden. Wanneer er leden van de groep wegvallen heeft dit een impact op de rest van de groep.

Van everzwijnen is bekend dat zij hun gewoonten aanpassen wanneer er in hun gebied gejaagd wordt. Van nature zijn everzwijnen overdag actief, maar wanneer er gejaagd wordt gaan zij vrijwel onmiddellijk over op een nachtelijk ritme. Hoewel zij net als mensen geen goed nachtzicht hebben.2

Kraaien zijn extreem intelligente dieren. Volgens een studie herkennen kraaien personen die hun soortgenoten kwaad willen doen. Een studie toonde aan dat kraaien een persoon met een dode kraai in de hand aanvielen en deze persoon zelfs nadien nog herkenden. Het is dus aannemelijk dat het voor kraaien erg stresserend is om te zien hoe soortgenoten worden afgemaakt.3

Konijnen worden het hele jaar door bestreden. Jonge konijnen liggen de eerste weken hulpeloos ondergronds in de burcht en verhongeren wanneer het moederkonijn wordt geschoten.

4. Dieren jagen ook

Uiteraard zijn er ook dieren die dieren doden en daarbij heel wat dierenleed veroorzaken. Zo zit de natuur nu eenmaal in elkaar. Echter hebben deze dieren geen keuze, zij kunnen enkel op deze manier overleven. Een dier heeft geen moreel besef en kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor het dierenleed dat hij of zij veroorzaakt, een mens kan dat wel. De moderne mens kan met gemak naar de supermarkt trekken om daar plantaardig voedsel te kopen.

5. Jagers voorkomen schade veroorzaakt door bepaalde dieren

Een van de belangrijkste redenen waarom er wordt gejaagd is dat bepaalde diersoorten schade zouden veroorzaken. Ze schieten kraaien omdat die fruitbomen kaalpikken, everzwijnen moeten eraan omdat ze tuinen en natuurgebieden omwoelen en reeën krijgen de kogel als ze jonge gewassen durven opeten. Soms is deze schade schromelijk overdreven of niet enkel de schuld van de diersoort die als zondebok wordt aangesteld. Kraaien worden massaal gevangen in trechterkooien, maar merels of andere zangvogels die ook fruit lusten gaan vrijuit.

Mensen schijnen de neiging te hebben om het ethisch systeem dat ze toepassen op andere mensen ook door te trekken naar dieren. Er is iets stuk, dus dat is iemands schuld en die moet daarvoor gestraft worden. Zo worden sommige dieren zoals everzwijnen en vossen soms overmatig gedemoniseerd voor gedrag dat voor hen gewoon natuurlijk is. In sommige gevallen wordt de jacht in stand gehouden, zelfs al heeft die absoluut geen effect, om de menselijke gemoederen te sussen. Zoals momenteel gebeurt met everzwijnen of de vos. In Luxemburg is er al sinds 2015 een jachtverbod op de vos, maar toch heeft er geen vossenexplosie plaatsgevonden. Er zijn nog steeds evenveel vossen als toen ze bejaagd werden.

Daarnaast beschouwt de mens zich vaak het centrum van het universum. Dieren moeten wijken omdat ze tuinen omwoelen, maar wij zijn het die habitats volbouwen tot er geen ruimte voor dieren meer overblijft. In plaats van onszelf samen met dieren als medebewoners te beschouwen van onze planeet, vinden we dat wij het recht hebben om ons alles wat we willen toe te eigenen. Het is echter aan de mens om onaanvaardbare schade te voorkomen, maar ook om dieren rust en ruimte te gunnen om te leven. Op plekken waar er dan toch conflict is moeten wij manieren zoeken om met wilde dieren samen te leven.

6. Jagers beschermen de biodiversiteit

Naar eigen zeggen beschermen jagers op twee manieren de biodiversiteit: ze nemen maatregelen om bepaalde diersoorten zoals de patrijs te beschermen en ze doden predatoren. Wat betreft het nemen van maatregelen voor de biodiversiteit, zal het zeker kloppen dat sommige jagers zich bezighouden met bijvoorbeeld bloemenmengsels in te zaaien of houtkanten aan te leggen. Dat dit echter alleen maar door jagers gebeurt of kan gebeuren is onwaar. Bovendien eisen jagers er ook iets voor in de plaats, zij willen in ruil bepaalde dieren doden. Het is echter prima mogelijk een systeem op poten te zetten waarbij dezelfde maatregelen worden genomen door natuur- of dierenliefhebbers die daar geen levens voor opeisen.

Als jagers echt zo bezorgd zijn om biodiversiteit zouden ze in Nederland al lang gestopt zijn met het schieten van eenden.

Het doden van predatoren zoals de vos voor het beschermen van andere soorten is onnodig. Zo is er in Luxemburg intussen al vijf jaar een jachtverbod, toch zijn prooidieren daar nog steeds niet uitgestorven, noch is er een vossenexplosie. Vossen hebben trouwens een gevarieerd dieet dat voornamelijk bestaat uit ratten en muizen, insecten, wormen en plantaardig materiaal. Daarnaast zijn er nog heel wat andere dieren die prederen, maar waar we niet op jagen zoals eekhoorns of egels. Belangrijker in de bescherming van bijvoorbeeld patrijzen tegen predatoren, is de kwaliteit van hun habitat. Indien zij zich kunnen beschermen en in de onmiddellijke omgeving voedsel vinden, vallen ze minder snel ten prooi aan roofdieren.

7. Jagen is ethisch als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan

Sommige jagers maken een distinctie tussen henzelf, de ethische of “weidelijke” jagers en andere mensen die dieren doden. Zij leggen zichzelf bepaalde regels op en doden dieren volgens de traditie, na afloop wordt er hulde betoont aan het dier door het uit te stallen en te eren met bepaalde takken (breuken). Dit maakt de jacht volgens hen ethischer. Voor het dier maakt het echter niets uit of het is geschoten en gevild door een weidelijke of een onweidelijke jager. Ethiek gaat om afspraken tussen individuen over wat wel of niet aanvaardbaar is. Maar hier zijn de dieren niet eens op de hoogte van het feit dat er afspraken zijn gemaakt, laat staan dat zij hebben mee mogen beslissen.1